Sinds zeven jaar volg ik retraites bij boeddhistische leraren en luister ik naar hun teachings. Wat mij opvalt in deze teachings is dat zij vaak gaan over liefde en compassie. Liefde en compassie worden in die traditie gezien als de basis waarop alles rust. Zonder liefde en compassie is in hun ogen het lopen van dit spirituele pad onmogelijk. Dat raakt mij diep en het heeft mijn eigen spirituele beoefening sterk doen veranderen. Daarover gaat deze blog.
Als ik naar mezelf kijk dan ben ik mijn leven lang bezig geweest om van mezelf een versie 2.0 te maken. Dat is niet gelukt😉 Er was altijd wel iets om te verbeteren. Fysiek, emotioneel, in mijn relaties, alles moest altijd anders dan hoe het op dat moment was. Herkenbaar? Ik denk dat dit de gekte is van deze tijd. We denken dat de wereld maakbaar is en het hele systeem is zo ingericht dat we van verbetering naar verbetering leven. De ene reorganisatie in bedrijven na de andere. Op facebook word ik als vrouw van inmiddels 50 jaar overspoeld door reclames die mij het perfecte slanke lichaam beloven. Ik kan nog vele voorbeelden noemen, maar dan ga ik te veel weg van de inhoud van deze blog.
Verbeteren en sleutelen aan mezelf was geworteld in diepe zelfhaat. Ik vond mezelf niet leuk genoeg, niet mooi genoeg, niet lief genoeg, niet slim genoeg enzovoorts. Hoe pijnlijk als ik dit zo opschrijf. Er waren delen in mij die mij van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat afkraakten. Voortdurend kwamen er negatieve boodschappen uit mijn systeem op mij af.

Het is dus prachtig dat mijn eerste stap op mijn spirituele pad was om meer liefde te ontwikkelen voor mezelf. Een van mijn leraren deed ooit een uitspraak die mij daar enorm bij heeft geholpen. Hij zei: ‘Je wezen wil alleen daar zijn waar liefde is’. Dit hielp mij om het tij te keren en te oefenen om niet langer mee te gaan in de negativiteit die ik dagelijks door mijn systeem voelde gaan. Natuurlijk kon ik de negatieve gedachten niet stoppen. Ik kon ze wel leren waarnemen en er los van blijven.
De volgende stap was dat ik begon te zien dat de delen die mij afkraakten, eigenlijk het beste met me voor hadden. Ze kraakten me af omdat ze mij wilden beschermen tegen afwijzing van buitenaf. Er zat dus goedheid in de negativiteit van mijn delen. Door dit te zien, kon ik nog verder loskomen van de gedachten. Ik kon vrijer bewegen en hoefde niet meer samen te vallen met de negativiteit.
Hoe vrijer ik werd, hoe meer ‘ik’ aan het woord kwam. Met ‘ik’ bedoel ik mijn essentie, of wie ik van nature ben. Dit maakte dat ik minder op mezelf gericht bleef en oog kreeg voor anderen. Ik zag dat wat ik zo’n lange tijd naar mezelf toe had gedaan, niet bijzonder is. Ik zag dat anderen ook regelmatig negatief over zichzelf denken. Dit opende mijn hart naar de mensen om me heen. Ik begon diep van binnenuit te voelen hoezeer ik anderen toewens dat zij gelukkig zijn. Precies dit wordt in boeddhistische termen liefde genoemd. De diepe wens dat alle levende wezens gelukkig zijn, of je die nu kent of niet kent, dat is liefde. Deze wens is in de loop der jaren heel sterk in mij aanwezig. Het liefste wens ik alle levende wezens toe dat zij hun essentie, hun unieke, vrije kern, herinneren en kunnen belichamen.
Dit is waarom ik een spiritueel pad loop. Mezelf te trainen om elke dag weer te oefenen om ruimhartig naar binnen en naar buiten te zijn. Mijn wezen wil alleen thuis zijn als er liefde is. Zo is het bij ons allemaal. Liefde is niet zoetsappig, het is waarvan we gemaakt zijn en wat op diep niveau voedend voor ons is.

